14-10-2004: Column 149 Wie wordt de beste ondernemer aller tijden?
 
Gejat van de BBC is nu bij ons op de treurbuis te zien wie de meest prominente Nederlander aller tijden wordt.
Zoals het gaat bij hypes komt men op de lijst van kandidaten de vreemdste personages tegen bij wie het eerder gaat om recente publiciteit dan om een werkelijk historische betekenis voor het land.
Opvallend is ook opnieuw het gebrek aan enige geschiedkundige kennis bij het grootste deel van de bevolking.
Van Erasmus hebben alleen Rotterdammers gehoord (dat is toch een type brug?), maar André Hazes scoort uiteraard hoog op de lijst.
En was Willem de Zwijger niet de vader van koningin Juliana?
Kortom, weer een programma om slechts met plaatsvervangende schaamte naar te kijken.
Enig lichtpuntje voor mij is dat het inspiratie heeft gegeven om na te denken over de meest prominente Nederlandse ondernemer.
Wie heeft als manager of zakenman/-vrouw een echte voetafdruk in de vaderlandse geschiedenis achtergelaten en waarom?
Ik ga daarbij voorbij aan het feit dat de ene ondernemer beter gevonden wordt dan de andere.
Dat is normaal en niet bestemd voor de historie.
Ook laat ik buiten beschouwing de flauwekul dat de ene manager met een slimme of juist geen slimme privé-aandelentransactie toevallig in de publiciteit kwam en de andere niet.
Voor morele kwesties heb ik geen plek ingeruimd.
Nederlanders staan al snel klaar met een oordeel over een ander zonder precies de ins en outs te weten en vaak gebaseerd op jaloezie en leedvermaak.
Zoals mijn schoonmoeder placht te zeggen: "Het misgunde brood wordt het meest gegeten".
Nee, wat of wie goed of fout is kunt u zondags horen in de kerk.
Op andere dagen predikt het Openbaar Ministerie dit.
Dat kerken leeggelopen zijn en steeds meer mensen met verbazing naar de mening van het OM luisteren is overigens veelzeggend, maar dat terzijde.
Als Cor Boonstra dus een voetstap van betekenis zou hebben achtergelaten, zou hij op mijn lijstje gekomen zijn.
Maar dat heeft hij niet.
Over Cees van der Hoeven heb ik aarzelingen.
Ik had altijd veel bewondering voor de wijze waarop hij AHOLD tot grote hoogte wist te brengen.
Maar steeds hoger en dichter bij de zon smolt de was van AHOLD's vleugels en gelijk Icarus donderde de firma met Van der Hoeven naar beneden.
En dan blijkt de jaarrekening opzettelijk niet te kloppen.
Dat is ernstig en als het uniek was dan zou ik Van der Hoeven daarom op mijn lijstje hebben opgenomen.
Immers, dat zou een voetstap zijn in de modder van de historie.
Helaas, Van der Hoeven komt er niet op, want opzettelijk een verkeerd beeld geven in een jaarrekening is niet uniek.
Jarenlang heb ik gewerkt in het financiële hart van Nederland en ben daar van de ene verbazing in de andere gevallen.
Ik zag banken die het niet zo nauw namen met regeltjes, overheden die vele jaren lang opzettelijk in hun jaarrekening bepaalde activiteiten verzwegen en bedrijven die er niet voor terugdeinsden om, al dan niet met hulp van hun huisbank en de externe accountant, een valselijk opgestelde jaarrekening te produceren.
Zo'n twee jaar geleden heb ik hierover al een stukje geschreven met de toepasselijk titel "ENRON-itis in de polder".
En in mijn in maart 2002 verschenen boek "Zilverpolder" heb ik een op werkelijkheid gebaseerd beeld geschetst hoe het in financieel Nederland toegaat.
Daar wordt een mens niet vrolijk van.
Dat de top van AHOLD daarom nu voor de rechter moet verschijnen, ligt aan de ophef die de kwestie met zich bracht.
Daarnaast is er ook sprake van willekeur.
Want ik kan zo een lijstje opsommen van namen van overheden en bedrijven die er net zo'n potje van maken of gemaakt hebben en waar niets mee gebeurd is.
Maar het is als met de bouwfraude: degenen die verklappen hoe het zit, die ophef maken of die naar de zin van het OM een te grote mond hebben, worden vervolgd.
Met de grote meerderheid van bedrijven die zich angstig gedeisd houdt, gebeurt niets.
Zo werkt dat in Nederland.
Wie zeker op mijn lijstje komen, zijn de grondleggers van al die filialen die in Nederlandse steden en winkelcentra te vinden zijn.
Ik vind het een prestatie van formaat dat binnen een halve eeuw na oprichting op alle A1-locaties filialen te vinden zijn van mensen als Jaap Blokker, Jan Zeeman, de oude heren Vroom en Dreesmann en de gebroeders Brenninkmeijer.
Dat fenomeen heeft de detailhandel ingrijpend veranderd.
Van allen heeft Blokker bij mij een streepje voor.
Waarom? Omdat hij problemen bij de naam durft te noemen en ook omdat zijn naam al tot een werkwoord heeft geleid, zij het met een wat negatieve lading.
Over uniforme winkelstraten wordt wel gezegd dat die "verblokkerd" zijn.
"De verblokkering van binnensteden is een probleem", zei een deskundige laatst tegen mij.
Uiteraard staat Anton Philips op mijn lijst, net als Martien van der Valk, de oprichter van de gelijknamige hotelketen.
En Willem I die als koning-koopman het ingedutte Nederland een schop vooruit heeft gegeven met de oprichting van De Nederlandsche Bank en de Nederlandsche Handel-Maatschappij.
Ook Freddy Heineken en Joop van den Ende. die het amusement totaal veranderd heeft, staan op de lijst.
Het fundament van onze welvaart is destijds gelegd door de oprichters van de Oost- en West-Indische Compagnie, dus ook zij - met Johan van Oldenbarnevelt voorop - komen op de lijst.
Nina Brink staat erop, omdat zij het voorbeeld is hoe schatrijk te worden van gebakken lucht.
Zij doet mij altijd denken aan de man die ooit in Amerika een paar maal de Eiffeltoren wist te verkopen.
En het is net als met bank- of treinrovers: als het ze lukt met een grote buit weg te komen, hebben ze mijn sympathie.
Ik noem ook de heren Kessler en Deterding die aan de wieg hebben gestaan van de huidige Shell.
Dan zijn er nog de talloze hardwerkende, inventieve en innovatieve ondernemers die een standbeeld verdienen omdat vooral zij het zijn die onze economie draaiend weten (en hebben weten) te houden.
Mijn lijstje is onvolledig en een keuze uit mijn kandidaten kan ik niet maken.
Dat laatste is maar goed ook.
Op school heb ik al geleerd dat je appels en peren niet kunt vergelijken.
Dat geldt ook in de keuze voor de grootste, belangrijkste of meest prominente mens.
Kon Hazes beter zingen dan Rembrandt kon schilderen?
Kon Heineken beter bier brouwen dan Philips een gloeilamp maken?
Voor mij staat heel ondernemend Nederland van het begin van de jaartelling tot nu op een gedeelde eerste plaats.
Ook - of juist - zij die het ooit geprobeerd, maar het niet gered hebben.
Want hun verdienste is dat zij het tenminste geprobeerd hebben.
H.G. Wells schreef het al: "Mislukking is geen mislukking en verlies is geen verlies als het de illusies laat verdwijnen en het de weg wijst naar een beter plan".



14 oktober 2004
Karel Baarspul
Consultant IBS
06-28168818
karel@ibsss.nl

 
Noot: Kijk voor het regelmatig bijgewerkte banenaanbod op de IBS vacature-pagina's http://www.ibsss.nl/en op http://www.jobbingmall.nl en regelmatig op de nieuwsgroepen "nl.markt.banen" en "dds.banenmarkt" .
 
© TW 2004